Echt wel!
“Goedenavond. Zoals eerder aangekondigd heeft het crisisteam zich vandaag gebogen over de effecten van de maatregelen die twee weken geleden zijn ingegaan. Zij heeft geconstateerd dat gelukkig het aantal mensen dat is overleden met de symptomen braken en acute haaruitval, is afgenomen. De conclusie van het crisisteam is dat het afsluiten van heel Oost- en Zuid Flevoland en het instellen van het uitgaansverbod, de hoofdreden zijn van deze afname.”
Zo begon Gedeputeerde Geurt Bant de persconferentie vanuit het Provinciehuis. Het was maart 2030 en Flevoland was sinds een paar weken het centrum van de wereld. Bant keek recht in de camera van Omroep Flevoland, zich realiserende dat niet alleen alle inwoners van Flevoland kijken, maar dat de hele wereld dit ziet.
“Eerst zal Jacq Karrenboom, professor in de Chemie en als zodanig lid van het crisisteam, u meer vertellen over de ontwikkelingen van het onderzoek. Daarna zal ik u meer vertellen over de maatregelen. Het woord is aan professor Karrenboom.”
“Dank u wel, Gedeputeerde Bant. Sinds de vorige keer dat wij hier stonden, zijn er bijzondere dingen ontdekt. De verhoogde radioactiviteit in de omgeving van Bataviastad en in het Poolse migranten dorp naast Swifterbant is nog onverminderd hoog, helaas. Maar daarnaast hebben we het nu ook gemeten in het natuurgebied Kamperhoek.”
Karrenboom wees op de kaart aan om welk gebied het ging.
“De radioactiviteit was daar wel iets lager. Dat is bijzonder. We hebben het gebied uitvoerig onderzocht en daarbij twee dode vossen gevonden. Hun vacht, hun haar, was bijna volledig uitgevallen. Beide vossen hadden kleine metalen balletjes in hun maag. Of eigenlijk in hun karkas, want hun maag was net als de lever en de nieren, een soort van ontploft. Heel bijzonder. Deze kleine metalen balletjes zijn radioactief en daarmee de bron van de radioactiviteit in Flevoland. Toen we met die resultaten opnieuw gingen zoeken in en rond Bataviastad en het Poolse migranten dorp, vonden we ook daar metalen balletjes, echter veel kleiner dan de balletjes in de vossen. Deze waren niet groter dan een zoutkorrel. Eigenlijk voor het blote oog niet te zien. Testen hebben uitgewezen dat deze kleine metalen balletjes zich nauwelijks verplaatsen. Zelfs windkracht 5 heeft geen effect op ze. Daarmee is de kans ineens een heel stuk kleiner dat de radioactiviteit zich snel zal uitbreiden tot buiten Flevoland. De vraag is wel: hoe komt het daar? We zijn heel blij met de nieuwe feiten, hoewel we nog niet alles kunnen duiden. Terug naar u, Gedeputeerde Bant.”
Geurt Bant wachtte even tot ook de doventolk gewisseld was.
“Professor Karrenboom, bedankt. Inwoners van Flevoland, u begrijpt dat nu de wetenschap opeens zo dicht bij de oplossing is gekomen…”
Professor Karrenboom trok een grimas die zijn afkeuring van deze conclusie aangaf.
“… het verleidelijk is om de teugels te laten vieren. Echter, het zoeken naar al die minuscuul kleine korreltjes kan nog maanden duren. Bovendien houden de provincies om ons heen de toegang voor ons nog hermetisch afgesloten. Dat betekent dat enerzijds we dichtbij het moment zijn dat we de crisis onder controle hebben en anderzijds dat we nog niet terug kunnen naar normaal. Gelukkig functioneert het bezorgsysteem inmiddels goed, waardoor iedereen zijn boodschappen en medicijnen krijgt en ook pakketjes mee kan geven voor anderen elders in Flevoland. Ik ben ook heel blij dat het afval wordt opgehaald, de hulpdiensten een manier hebben om zich veilig te verplaatsen en dat verder u allemaal binnenshuis blijft. Er zijn wel wat incidenten, maar de meesten van u snappen gelukkig de noodzaak van de maatregelen. Over twee weken staan Professor Karrenboom en ik hier weer. Hopelijk is er dan een oplossing voor het opruimen van de minuscuul kleine korreltjes en kunnen we dan aankondigen wanneer de maatregelen versoepelt kunnen worden.”
De griffier stapte naar voren en gaf de journalist van Omroep Flevoland het woord.
“Professor Karrenboom, weet u al hoe die radioactieve ballen in Bataviastad terecht zijn gekomen?”
“Zoals ik al zei is dat voor ons nog steeds een grote vraag.”
“Maar hoe kan het dat u na 4 weken crisis, nog steeds niets weet?”
“Ik heb net gezegd dat we pas afgelopen dagen ontdekt hebben dat er kleine metalen balletjes zijn. Dat was eergisteren. Ik ben blij dat we in twee dagen ontdekt hebben dat ze zich niet vanzelf verspreiden.”
“U zei dat ze bij meer dan windkracht 5 wel kunnen verplaatsen. Hoe verklaart u dat dan?”
“Nee, ik zei dat ze tot en met windkracht 5 niet verplaatsen!”
“Maar wat gaat u er aan doen om te zorgen dat ze niet ergens anders heen waaien?”
“Voor de komende dagen is er geen windkracht 5 of meer voorspeld en bovendien moet iedereen binnen blijven waardoor de kans dat zo’n balletje uw lijf in gaat zeer klein is.”
“Een vraag aan Gedeputeerde Bant. In de provincies om ons heen zijn jodiumtabletten uitgedeeld. Waarom is dat in Flevoland nog niet gebeurd?”
“Ik snap uw vraag, maar hier in Flevoland hebben we ons geconcentreerd op het voorkomen dat u radioactief besmet wordt. En omdat we al heel snel wisten dat dat buiten gebeurde, was de maatregel om binnen te blijven het meest effectief. Daarna zijn we bezig gegaan met het opzetten van een efficiënt bezorgsysteem, waarbij zo min mogelijk mensen buiten hoefden te zijn. Daar heeft onze aandacht gelegen.”
“Betekent dat dan dat u vanaf nu u gaat concentreren op het uitdelen van jodiumtabletten?”
“Nee, dat betekent het niet. Het betekent dat wij constant kijken wat op dat moment het belangrijkste is. En nu is dat het opruimen van de minuscuul kleine korreltjes.”
“Maar vindt u dan dat de Gedeputeerden van de provincies naast ons, onnodige dingen hebben gedaan?”
“Wat Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord Holland gedaan hebben, snap ik helemaal. Maar wij hebben, op aanraden van het crisisteam en Professor Karrenboom, ons gericht op wat voor ons belangrijk was.”
“Jodiumtabletten voor de mensen in Flevoland vind u dus niet belangrijk?”
“Dat zeg ik niet, er waren alleen andere dingen belangrijker.”
In de tot persruimte omgebouwde vergaderzaal in het Provinciehuis stond één camera en was één journalist. Eva Adams van Omroep Flevoland versloeg al een aantal weken lang al het nieuws over deze mysterieuze crisis. Een hele vreemde gewaarwording. Het was volop wereldnieuws, maar CNN, Al Jazeraa, BBC, ARD, NOS en alle anderen waren allemaal afhankelijk van haar. Oost- en Zuid Flevoland waren van de buitenwereld afgesloten na het nieuws over de radioactiviteit. Een paar weken geleden op maandag ochtend, bleken ineens tientallen mensen die de dag ervoor in Bataviastad waren geweest, te zijn overleden. Onophoudelijk braken, plotselinge haaruitval, hevige pijnen en na enkele uren dood. De nacht daarna waren het alle Poolse migranten in het migranten dorp bij Swifterbant. Zelfde symptomen. Niemand overleefde het. Diverse mensen waren in een paar uur de polders uit gevlucht. En vlak voor Geurt Bant zijn eerste persconferentie wilde geven, op die dinsdagmiddag, sloten de provincies om ons heen alle toegangswegen hermetisch af. Sindsdien kon niemand er meer in of uit. Toen kwam het uitgaansverbod voor de mensen in Flevoland. Sindsdien zat Eva hier. En ook Geurt en Jacq, en het hele crisisteam. Het Provinciehuis werd een soort hotel zonder uitgang. En ook dat was vreemd. Het ene moment werd er zakelijk overlegd, of professioneel geïnterviewd, het andere moment zaten ze samen te lunchen of nog even wat te drinken voor ze gingen slapen in de omgebouwd kantoren.
“Waarom stelde je vanavond die vraag over hoe die balletjes hier terecht gekomen zijn, Eva? Ik had toch gezegd dat we dat niet wisten?”
“Luister Jacq, dat is nou journalistiek. Jij kan wel zeggen dat je het niet weet. Maar dat is je nauwkeurig voorbereide speech. Als ik dan op een onverwacht moment daar toch een vraag over stel, kan het best zijn dat jij het antwoord er uit flapt.”
“Maar als ik zeg dat ik het niet weet, dan weet ik het niet. Dat is ook een feit.”
“Heb je dan ook nog helemaal geen vermoeden wat het kan zijn?”
“Pas op Jacq,” mengt Geurt zich in het gesprek, “nu probeert ze je onder het genot van een drankje, alsnog tot een antwoord te verleiden.”
Jacq lachte, “tuurlijk hebben we wel een vermoeden, Eva.”
“Wat dan?”
“Geurt gaat over het moment van bekend maken. Ik analyseer en geef advies”, ontweek Jacq een antwoord.
“Flauw, hoor, Geurt,” zuchtte Eva, “had ik bijna echt nieuws. Van jou hoor ik nooit iets.”
“Echt wel! Ik heb vanavond de hele avond staan praten. En niets was gelogen.”
“Je kan niet liegen als je niets zegt, Geurt. Wat heb jij nou gezegd over die jodiumtabletten? Niets toch? Je praatte er constant omheen.”
“Nou, daar ben ik het niet mee eens. Ik kan alleen niets zeggen over die andere provincies, want ik ben niet hun woordvoerder. En verder is het mijn taak om de rust te bewaren. Als ik een oordeel geef over die andere provincies dan krijg je verontwaardiging, demonstraties, een hetze op social media. Allemaal dingen die we nu niet kunnen gebruiken. Dat komt later wel als we ons hierover moeten verantwoorden.”
De telefoon van Geurt ging. Hij zei niet veel, een paar keer ‘ja’ en toen “Bedankt generaal. Binnen het crisisteam houden, ik begrijp het.”
“En”, zei Eva.
Geurt lachte naar haar, terwijl hij een sms verzond. Toen liep hij weg.
Nog voor Geurt de deur uit was, las Jacq de sms en staarde voor zich uit.
“Weet je, Eva, wij zeggen altijd allemaal de waarheid. Geurt en ik. Zelfs jij. En toch zeggen we alle drie wat anders. Vroeger waren feiten de waarheid. Was er ontzag voor de wetenschap. Tegenwoordig wordt er zelfs aan feiten en aan de meest duidelijke onderzoeksresultaten getwijfeld. Mensen kunnen dingen schrijven waarin werkelijk niets waarheid is, en toch wordt het als waarheid aangenomen. Is het dan waar? Of is het dan niet waar? Wat maakt nou dat iets waar is? Een feit, of het geloof van de luisteraar? Als ik spreek over kleine metalen balletjes, Geurt over minuscuul kleine korreltjes en jij over radioactieve ballen, hebben we alle drie gelijk en toch zeggen we heel wat anders.”
“Wat hebben ze gevonden?”
“Brokstukken van een Russische drone, onderaan een windmolen langs de A6 bij Swifterbant, met daarin polonium.”
“Dat is niet waar!”, riep Eva verbaast uit.
“Echt wel!”

