‘Joyce Lin. Het eerste wat u van mij moet weten, is dat ik een schrijver ben. Psychologische thrillers. Gepubliceerd? Nee, nog niet. Momenteel ben ik bezig met mijn eerste roman. Schrijven is niet zo simpel als wat woorden op papier kalken. Het is inspiratie, observatie, visualisatie, consideratie, transpiratie en realisatie. Observeren? Constant. Neem u als voorbeeld, de manier waarop uw uniform over uw armen spant, gespierde armen, u traint duidelijk veel. Uw buikje is echter niet zo gespierd, u drinkt namelijk graag een biertje. Uw gezicht verraad dat u zich afvraagt hoe hierop te reageren. Ik visualiseer uw partner, die ons meesmuilend toekijkt vanachter de eenrichtingsspiegel.

Maar laten we ter zake komen. U heeft mij hier gevraagd voor een reden. U noemde Marit Verbeek, dus ik vermoed dat ik al weet waar dit overgaat. Mijn observatie van mijn overbuurman. Hij wordt al maandenlang lastig gevallen door een stalker. Alvorens aan uw inquisitie te beginnen, zou ik graag eerst de context willen neerzetten.

Negen maanden geleden ben ik verhuisd naar mijn huidige woning. Het is een mooi en ruim appartement op de tiende verdieping, met een groot raam. Het uitzicht vinden de meesten tegenvallen, uitkijkend op het naastgelegen appartementencomplex. Voor mij is het een buitenkans. Binnen kijken in al die verschillende levens. Kleine momenten, als basis voor inspiratie en visualisatie. Het appartement van mijn overbuurman, is net iets lager dan dat van mij. Daardoor kan ik vanaf mijn raam daar eenvoudig naar binnen kijken. In de eerste drie maanden nadat ik mijn intrek had genomen in mijn appartement, was het gordijn aan de overkant altijd dicht. Een goed recht natuurlijk, maar vervelend voor een nieuwsgierig mens als ik. Op een doodgewone woensdag waren de gordijnen plots weg, hetgeen mij een goed zicht gaf op de twee mannen die alles uit het appartement haalde, meubels, apparatuur, verhuisdozen en zelfs de laminaatvloer.

Hij kwam er wonen. Een man van ongeveer 1 meter 82, niet gespierd, maar ook geen bierbuik. Zwart haar, steil, net boven zijn schouder, slechtziend deduceerde ik vanwege de bril die hij ‘s avonds droeg. Zijn leeftijd schatte ik op 36. Kevin noemde ik hem, een populaire naam in zijn geboortejaar. Kevin had geen gordijnen opgehangen. Dag en nacht kon ik zien wat er bij hem gebeurde.

Hij woonde 6 weken en 3 dagen in het appartement toen ik voor het eerst opmerkte dat er een complicatie was. Hij had de hoorn van de huistelefoon tegen zijn oor, hiervoor had hij enkel met zijn mobiele telefoon gebeld. Hij keek bezorgd, zijn blik ging alle kanten op. Ruw zette hij de telefoon terug op de houder. Meerdere keren zag ik hem de telefoon gadeslaan, terwijl hij pretendeerde televisie te kijken. Onverwacht stond hij op, pakte de telefoon en sloopte de accu eruit. Een complicatie was mijn interpretatie, of vindt u dat niet plausibel? Een binoculair. Ik weet wat u denkt, bespieden, dat is strafbaar. Maar ik heb geen kwade bedoelingen, het is niet bespieden, het is observeren.

In de maanden erna observeerde ik dat het van kwaad tot erger ging, wat begon met telefoontjes, evolueerde naar brieven, met van die uitgeknipte letters. Foto’s van Kevin op verschillende plekken en de laatste maand, cadeaus. Een grote knuffelbeer, 1 meter 60. Een model dat bij meerdere webwinkels te koop is, ik heb direct online onderzoek gedaan. Macaber was dat de beer gekleed was in dezelfde outfit als Kevin en er een dolk uit de borst van de beer stak.

De politie had Kevin zelf al ingeschakeld. Ik observeerde enkel de gevolgen hiervan op Kevin, nooit de oorzaak helaas. Anders had ik u zeker geïnformeerd. Al mijn aantekeningen en foto’s liggen thuis, zoals Marit Verbeek u vast verteld heeft. Als u die wilt doornemen, is dat absoluut geen probleem. Ik vermoed echter niet dat het tot een dader zal leiden. Anders had ik dat zelf wel gededuceerd.

Marit, ja zeker kan ik over haar meer over vertellen. Wat wilt u van haar weten? De context, altijd een goed begin. Marit en ik zijn nu drie maanden collega’s op het Oranje Lyceum. We zijn beide dit schooljaar begonnen. Zij is docent geschiedenis, zelf ben ik docent Engels. De andere docenten zijn allemaal al lang werkzaam bij het Oranje Lyceum. De laatste nieuwkomer voor ons, was al zes jaar geleden. Marit en ik hadden beide weinig aansluiting met de andere collega’s. Nee, ik vond dat niet vervelend, ik geniet van de rust, geen verplichte beleefdheden of nodeloze praatjes. Marit daarentegen wilde wel aansluiting en zocht die bij mij. Ze nodigde me vaak uit, een drankje na het werk, de cinema bezoeken, een etentje. Het sprak mij allemaal niet aan, totdat ze met het idee voor een boekenclub kwam. Een samenkomst met goede filosofische discussies over motivatie, gedrag, nature versus nurture. Afgelopen zaterdag hadden we onze eerste bijeenkomst. The Priory of the Orange Tree van Samantha Shannon, kent u het? Een echte aanrader. Het was bij mij thuis. Nee, dat was haar idee.

Zeker kan ik u een gedetailleerde reconstructie geven. We hadden om twee uur afgesproken en ze belde stipt op tijd aan. Ik opende de buitendeur en wachtte bij mijn voordeur tot ze boven was. In de hal nam ik haar jas aan, vroeg of ze het goed kon vinden. Ze was lopend door het Julianapark gekomen. In de keuken vulde ik twee glazen kokend water met mijn Quooker voor de thee, groen voor Marit, Rooibos voor mezelf. Marit bekeek het uitzicht, complimenteerde me met het mooie uitzicht van de binnentuin. Ook zij keek zo bij Kevin naar binnen. Vreemd vond zij het, dat daar geen gordijnen hingen. Ik zette de macarons op tafel bij de thee. We bespraken de spanningsboog, het taalgebruik, de grote verhaallijnen. Het was verrassend enerverend om op deze wijze met een ander het boek te ontleden. Een ander perspectief te horen en te achterhalen waar die incorrecte zienswijze vandaan kwam. Als u precies wilt weten wat er gezegd is, dan heb ik daar thuis notities van.

Ik ging nog een kopje thee inschenken, voordat we de verschillende geloven zouden uitpluizen. Marit snuffelde rond, onbeleefd vind ik dat. Ze bladerde met haar plakkerige vingers door mijn Granta Magazine. Daaronder lagen mijn observatiefoto’s. Ze herkende direct het appartement aan de overkant. Ze vroeg ernaar, maar haar beschuldigende toon liet duidelijk merken dat ze haar conclusie al getrokken had. Snapt u nu waarom ik liever alleen ben. Geen oordeel, vrij om jezelf te zijn. Ik vroeg waarom ze door mijn spullen zocht. Ze eiste een antwoord, beschuldigde mij ervan die man te stalken. Belachelijk, ik documenteer alleen, ik beïnvloed niet. Ze begon steeds harder te praten, zeker toen ze mijn binoculair spotte. Mijn meerdere rustige verzoeken voor haar om te vertrekken negeerde ze compleet. De gemoederen liepen flink op, ik zou in alle eerlijkheid niet meer weten wat we precies naar elkaar hebben geschreeuwd. Met haar woeste beweging sloeg ze mijn tafellamp van Rivièra Maison aan gort. Dat was de druppel. Ik heb haar boek gepakt, ben het balkon opgelopen en heb het naar beneden gegooid. In een opwelling heb ik haar toegeroepen dat als ze niet snel wegging, ik haar ook naar beneden zou gooien. Ongemeend natuurlijk. Marit heeft daarop haar tas en jas gepakt en is vertrokken, waarbij ze de deur hard achter haar dichttrok. Dat was acht minuten voor drie. Spijtig dat het zo afliep, ik had er zeer naar uitgezien om de verschillende geloven, de oorsprong, verandering door de eeuwen en rituelen te bespreken. Wellicht moet ik toch eens overwegen om bij een grotere boekenclub aan te sluiten.

Dat is inderdaad de laatste keer dat ik haar zag. Ik heb haar gisteren en vandaag niet gezien op het Oranje Lyceum. In alle eerlijkheid, heb ik ook mijn best gedaan om haar te ontlopen, om een continuatie van ons conflict te vermijden. Beide dagen heb ik de pauzes in mijn klaslokaal gespendeerd, niet in de docentenkamer.

Vermist? Ik had geen idee. Sinds wanneer? Nee, ik heb haar niet meer gezien sinds ze boos was vertrokken. Ze heeft niet eens haar boek uit de binnentuin opgehaald, dat heb ik gedaan. Ik wilde het volgende week teruggeven, wanneer de gemoederen hopelijk bedaard waren. Heeft u al enige aanwijzing? Nee, een lopend onderzoek dat begrijp ik. Kan ik u ergens mee helpen? Zeker, ik zal alles verzamelen en morgenochtend langs brengen. Enkel mijn observaties van Kevin of ook de boekbespreking notities? Geen probleem, morgen voor mijn werk zal ik beide brengen.’

 

‘En bierbuik, wat denk je?’ De twee rechercheurs kijken hoe Joyce het politiebureau verlaat.

‘Schrijvers, het blijven maffe types. Maar goed, haar verhaal klopt met de getuigenissen van de buren en de collega’s. Ze was oprecht verbaasd over de vermissing, en nog voordat ze dat wist was ze al heel voorkomend met informatie. Het is natuurlijk wel nog even haar aantekeningen checken, maar ik denk dat we haar kunnen uitsluiten als verdachte.’

Joyce stapt in haar auto en kijkt richting de achterbak. ‘Dat was onverwacht, je had gelijk. Je werd inderdaad snel gemist.’ Joyce start de auto en rijdt langzaam het parkeerterrein af. ‘Zonde dat ik de Kevin verhaallijn temporair moet pauzeren, dat zal nu te veel de aandachttrekken. En dat na alle tijd en geld die ik er in gestoken heb.’ Joyce zucht. ‘Weet je hoeveel moeite het heeft gekost om een overeenkomstige outfit te vinden.’ Joyce zet de radio zacht aan. ‘Ik had je beter dezelfde avond al in het park achtergelaten, geënsceneerd als een mislukte overval. Maar goed, gedane zaken nemen geen keer.’ Na enige tijd rijden komt Joyce aan bij een meer. Er is niemand anders, zoals verwacht rond deze tijd van het jaar. Joyce opent de achterbak en kijkt naar het levenloze lichaam van Marit. ‘Dus, hoe snel denk je dat je naar de bodem zakt?’